De technologie doet wat ze moet doen. En toch haalt 95% van de organisaties in het MIT-onderzoek van 2025 geen rendement uit zijn investering in generatieve AI. Dat cijfer gaat over toepassingen die bedrijven zelf laten bouwen of inkopen. Voor algemene tools als ChatGPT en Copilot meet hetzelfde onderzoek iets anders: ruim 80% van de organisaties heeft ze verkend of gepilot en bijna 40% heeft ze uitgerold.
Waarom falen AI-projecten dan? In de projecten die wij zien, zit de oorzaak niet in het model maar eromheen: bij de mensen, de afspraken en de organisatie. Misschien herken je het: er loopt een pilot die maar niet af geraakt, of het management vraagt om “iets met AI”. Of je data klaar is voor AI speelt mee, maar daarover gaat deze pagina niet.
Juvo begeleidt sinds ongeveer tien jaar AI- en dataprojecten bij Belgische organisaties. Hieronder staan vier valkuilen uit die projecten, en wat ze gemeen hebben. Eén nuance vooraf: het MIT-rapport is geen peer-reviewed publicatie. De richting van het cijfer houdt stand, de precisie ervan niet.
De cijfers zijn slechter dan je denkt
Dat cijfer komt uit The GenAI Divide: State of AI in Business 2025 van MIT Project NANDA, juli 2025. Het onderzoek steunt op meer dan 300 publiek bekendgemaakte AI-initiatieven, gesprekken met vertegenwoordigers van 52 organisaties en 153 ingevulde vragenlijsten van senior leiders. Dat is de omvang van de steekproef, geen bewijs dat ze representatief is.
Gartner legt er twee voorspellingen naast, en die gaan niet over hetzelfde. In juni 2025 voorspelde Gartner dat meer dan 40% van de agentic AI-projecten geschrapt is tegen eind 2027, door oplopende kosten, onduidelijke bedrijfswaarde of gebrekkige risicocontroles. In juli 2024 voorspelde Gartner dat minstens 30% van de generatieve AI-projecten na de proof of concept stopgezet zou worden tegen eind 2025. Dat laatste cijfer gaat over de pilot die bij jou blijft hangen. Als de technologie werkt en de projecten toch stranden, waar loopt het dan mis?
Valkuil 1: het project begint bij AI in plaats van bij een probleem
Veel trajecten beginnen bij een technologie die indruk maakt. Dat is een vertrekpunt zonder probleem erin. In de projecten die wij zien, komt de vraag naar AI het vaakst vanuit IT en niet vanuit de business. Dat is geen verwijt aan IT: IT hoort nu eenmaal als eerste over de technologie, dus daar begint het gesprek. Het probleem is de volgorde, niet de afdeling.
Wat er dan gebeurt, valt te voorspellen. IT bouwt iets dat technisch klopt en toont het aan de business. Die herkent haar eigen proces er niet in en vraagt aanpassingen. Er volgt een tweede versie, een demo, een discussie over uitzonderingen die niemand had opgeschreven. Elke ronde kost weken, en niemand kan zeggen wanneer het af is, want nergens staat wat “af” betekent. Ondertussen zit de verantwoordelijke met een systeem dat hij niet gevraagd heeft.
In aflevering 1 van de Juvo-podcast valt het zo: “Dus het is eigenlijk geen IT-feestje alleen meer.” IT blijft nodig om de mogelijkheden te onderzoeken en naar een proof of concept of een MVP toe te werken. De richting komt van de business, want die weet welk proces pijn doet en welke waarde eruit moet komen.
Die waarde is geen gevoel. Ze is een bedrag, een doorlooptijd of uren per week, en je kan de ROI van een AI-project berekenen voor je begint. Dan blijft één vraag over: wie beslist welke waarde eruit moet komen, en wie betaalt ervoor?
Valkuil 2: niemand ligt er wakker van
Eigenaarschap klinkt zacht, maar het is een harde vraag. In aflevering 1 valt ze zo: “Wie zijn P&L gaat er eigenlijk op vooruit als we daarin stappen zetten?” Zolang daar geen naam op staat, is er geen eigenaar maar een geïnteresseerde.
Dat verschil zie je het scherpst aan het budget. Moet het budget uit een leeg IT-potje komen, dan sleept het initiatief aan zonder dat er iemand beslist. Dat zien wij in onze projecten terugkomen. Er komt geen nee en geen ja, en dus blijft het project bestaan zonder vooruit te gaan.Elke vraag over prioriteit wordt dan een escalatie naar iemand die het dossier niet kent.
Een trekker gedraagt zich anders dan een opdrachtgever op afstand. Een opdrachtgever geeft de opdracht mee en komt over drie weken resultaten halen. Een trekker zit in de stuurgroep, hakt knopen door over de scope en maakt de tijd van zijn eigen mensen vrij. Hij legt aan de rest van de organisatie uit waarom dit er ligt. Die laatste taak is geen communicatieoefening achteraf. Ze bepaalt of het resultaat straks gebruikt wordt.
Dit heeft niets met AI te maken. Een klassiek IT-project waar niemand wakker van ligt, loopt op dezelfde manier vast. En als die eigenaar er wel is, waarom strandt het dan nog in de pilotfase?
Valkuil 3: proberen om te proberen
In aflevering 1 krijgt deze valkuil de kortste naam: “Proberen om te proberen.” In de trajecten die wij doen, blijven pilots en proofs of concept hangen doordat er te snel gestart wordt en te snel resultaat verwacht wordt. Er is enthousiasme, er is een omgeving, er is zelfs een demo. Wat er niet is, is een afspraak over wanneer dit af is.
Zonder die afspraak stopt een proof of concept nooit. Hij groeit, want er is altijd nog een geval dat er niet in zit. Vier vragen beantwoord je daarom voor je begint:
1. Wat noemen we geslaagd, in een getal dat we achteraf kunnen vaststellen?
2. Wanneer stoppen we, en wie zegt dat dan?
3. Hoeveel tijd geven we het?
4. Wie van jullie werkt mee, en hoeveel uren per week staan daarvoor vrij?
Op de derde vraag hebben wij een eigen antwoord. Wij zetten maximaal zes weken op een proof of concept, met een go/no-go op het einde. Zes weken is een bovengrens, geen streefduur, en het zegt niets over de uitkomst. Komt er geen waarde uit, dan stop je, en dan weet je iets wat je voordien niet wist. Dat is een opbrengst, geen troostprijs.
De vierde vraag is de moeilijkste, en ons antwoord kost ons soms werk. Co-creatie is hier geen mooi woord maar de voorwaarde. Maakt een klant geen tijd vrij bij zijn eigen mensen, dan kan een traject van drie weken uitlopen tot negen weken of langer. Wij hebben dat in onze trajecten zien gebeuren. Krijgen de mensen die het moeten dragen geen tijd, dan raden wij het traject af in plaats van het te starten.
We werken apart uit waarom een AI-pilot blijft hangen. En over welke use case gaat dat gesprek dan eigenlijk?
Valkuil 4: 120 use cases en geen enkele in productie
Eén organisatie kwam bij ons aan tafel met 120 gedefinieerde AI-use-cases. Geen enkele stond in productie. De lijst was met zorg gemaakt, per departement, in workshops. Precies daar zit het probleem.
Een grote AI-brainstorm vertrekt van de technologie en vraagt wat je ermee zou kunnen doen. Dat levert ideeën op die los staan van een proces dat vandaag pijn doet. En het levert er veel op, want een brainstorm meet niet wat iets oplevert: hij meet hoeveel mensen iets kunnen bedenken.
Daarna moet iemand prioriteren, en daar loopt het opnieuw vast. Niet door een gebrek aan methode, want scoringsmatrixen zijn er genoeg. Het loopt vast door een gebrek aan mandaat. Zolang niemand mag beslissen, zet elk departement zijn eigen voorstel bovenaan, en dan wint de lijst van niemand. Zo blijven 120 use cases gewoon 120 use cases.
Het alternatief is kleiner en saaier. In onze discovery-gesprekken met een beperkt aantal keypersonen uit de business komen er doorgaans één tot maximaal drie echte pijnpunten boven. Daar kies je er één uit, met iemand die mag beslissen. De mensen die je daarvoor aan tafel zet, zijn ook de mensen die het straks moeten gebruiken, en dat maakt hen je ambassadeurs tot in productie.
Valt het op dat in geen van deze vier valkuilen de technologie voorkomt?
De rode draad is niet technologie, het zijn mensen
In geen van de vier valkuilen speelt de technologie een rol. Ze gaan over een vraag die verkeerd gesteld werd, een eigenaar die er niet was, afspraken die niemand maakte en een lijst die niemand mocht afkloppen.
Wij zien projecten wél in productie geraken, en dat heeft in onze ervaring telkens met dezelfde vier dingen te maken:
- een businessprobleem als vertrekpunt,
- een eigenaar met budget,
- afspraken vooraf,
- en mensen die vanaf dag één meedoen.
Dat laatste punt vraagt veel werk en krijgt weinig aandacht. Sleutelgebruikers die van bij de start meedenken, weten waar het naartoe gaat en wat het hun oplevert. Wie dat niet weet, gebruikt het omdat het moet, en dat houdt niet lang stand. Daarom hoort er training en changemanagement bij, en open communicatie naar de hele organisatie.
Dat verschuift ook het moment waarop je een project geslaagd noemt. Een oplevering is nog geen succes. Adoptie is het succescriterium: een oplossing die niemand gebruikt, is een dure demo met een handleiding.
Wat doe je dan concreet anders bij je volgende AI-project?
Zo pak je een AI-project wel aan
Zeven regels die je morgen zelf kan toepassen. Weet je niet waar je vandaag staat, begin dan met een zelfscan die toont waar je staat.
1. Vertrek van een businessprobleem dat vandaag geld of tijd kost, en niet van de technologie die je net gezien hebt.
2. Wijs één eigenaar aan met budget en met een P&L die erop vooruitgaat.
3. Beperk je tot één tot drie use cases, gekozen uit de pijnpunten die de business zelf benoemt.
4. Bepaal je succescriteria en je go/no-go-momenten voor je start, en niet onderweg.
5. Zet er een termijn op: bij ons is dat maximaal zes weken voor een proof of concept.
6. Betrek de sleutelgebruikers vanaf dag één en maak hun tijd ook echt vrij.
7. Communiceer open naar de hele organisatie, en niet alleen naar de mensen die aan tafel zaten.
Veelgestelde vragen over AI-projecten die mislukken
- Waarom mislukken zoveel AI-projecten?
- Hoeveel AI-projecten halen de productieomgeving niet?
- Hoe lang mag een proof of concept duren?
- Wat is het verschil tussen een pilot, een proof of concept en een MVP?
Deze aflevering, en wat er nog komt
Liever kijken en luisteren, dan lezen? Dit is aflevering 1 van een reeks over AI- en dataprojecten bij Belgische organisaties:
Weet je niet waar je data staat?
De JUVO Data & AI Readiness Scan geeft je in twee weken een eerlijk beeld en een concreet actieplan.